geschiedenis

Multimediale persoonlijke verhalen uit WOI

IFFM De Lakenhal in Ieper is onderdeel van het In Flanders Fields Museum.
IFFM

Naam? Land van herkomst? Woonplaats? In het vernieuwde en uitgebreide In Flanders Fields Museum in het Belgische Ieper stellen ze die vragen aan het begin van de tentoonstelling. Niet om je later lastig te vallen met nieuwsbrieven en mooie aanbiedingen, maar om je als bezoeker enkele op maat gesneden verhalen uit de Eerste Wereldoorlog, met name rond de vierjarige strijd in de Westhoek, te kunnen aanbieden.

Vul als Nederlander het computerscherm in, laad de chip in het polsbandje in de vorm van een poppy en grote kans dat je op enkele vaste punten in de tentoonstelling het verhaal van Roos Vecht, een joodse jonge vrouw uit Elburg, krijgt geserveerd. 32 Jaar oud heeft ze zich na het uitbreken van de oorlog bij het Belgische leger gemeld om als verpleegster dienst te doen. Uit liefdesverdriet, omdat haar vader haar had gedwongen een relatie met een niet-joodse man te verbreken. Een jaar later is ze omgekomen bij een bombardement op het veldhospitaal bij Veurne waar ze werkte.

Theatrale ensceneringen

De inzet van moderne techniek en multimedia in combinatie met het persoonlijke verhaal kenmerkte al het ‘oude’ In Flanders Fields Museum. Geluiden, beelden en theatrale ensceneringen maakten tussen 1998 en 2011 van een bezoek een belevenis waarbij de gruwelen van de oorlog centraal stonden. Ook toen werden de lotgevallen van enkele individuen eruit gelicht om de oorlog persoonlijk te maken. Niet vreemd als je weet dat voor de mensen achter het museum de oorlog persoonlijk is. Ze zijn uit de streek afkomstig en zijn opgegroeid met verhalen van familie en kennissen over de gevechten, de eerste gasaanval door de Duitsers, de vluchtelingenstromen en de veldhospitaals achter de frontlinies. Ook hebben ze lokale mensen die voorkomen op de foto’s in de tentoonstelling zelf nog gekend.

Wie het museum vóór de heropening afgelopen zomer al eens heeft bezocht en verwacht dat de nieuwe opstelling dankzij nieuwe technologische ontwikkelingen nog dramatischer is en nog meer aanspraak op de zintuigen doet, wordt verrast. Het eerste wat opvalt is dat alles lichter is. Hierdoor is de architectuur van de Lakenhal, waarin het museum is gevestigd, beter te zien. Een gepaste ingreep, want het gebouw met zijn zeventig meter hoge Belfort is het symbool van Ieper voor, tijdens en na de oorlog. In de dertiende eeuw bouwden de inwoners hier een van Europa’s grootste burgerlijke gebouwen in gotische stijl. Nadat Britse en Franse troepen in 1914 bij Ieper de opmars van de Duitse troepen hadden tegengehouden, ontbrandde rond de stad een loopgravenoorlog. Tijdens die strijd werd de hele stad, inclusief de Lakenhal, in puin geschoten. Na de oorlog kozen de bewoners van Ieper ervoor om hun stad en hun Lakenhal zoveel mogelijk weer in de oude stijl op te bouwen.

Nog steeds speelt geluid een belangrijke rol. Maar in plaats van mitrailleurvuur, ontploffingen en doodskreten is er nu een klanklandschap dat langs niet-cognitieve weg emoties moet oproepen: stemmige, dreigende en voornamelijk akoestische muziek die is gecomponeerd door Stuart Staples van de Britse band Tindersticks begeleidt de bezoeker door de hele tentoonstelling. IFFM

Die tentoonstelling zit gelukkig niet ingewikkeld in elkaar maar is keurig chronologisch geordend. Na een inleiding over het einde van het Belle Epoque en de toenemende spanningen tussen de verschillende machtsblokken barst de strijd los en is er al snel een ‘ontmoeting’ met Richard Wybouw: op een groot scherm vertelt hij het verhaal van zijn vlucht uit Middelkerke voor het oorlogsgevaar na 3 augustus 1914 en hoe hij op weg naar Frankrijk een wandelstok met een vogelkop kerft. Zelf zie ik na Wybouws getuigenis een driejarig jongetje voor me dat in zijn woonplaats Bilzen door een Duitse soldaat op schoot wordt genomen en enkele dagen later met zijn Nederlandse ouders naar Maastricht vlucht – 49 jaar later zou hij mijn vader worden.

Bij Dikkebus geëxecuteerd

Behalve met Wybouw zijn er nog vijf andere persoonlijke ontmoetingen. Zo beschrijft de toen 22-jarige Willy Siebert de gevolgen van de eerste Duitse gasaanval op 22 april 1915: Britse soldaten die hun gezichten en halzen hebben kapot gekrabd om lucht te krijgen of zichzelf hebben doodgeschoten; boerderijen vol dode dieren. "Alles en iedereen was dood. Alles, zelfs de insecten.” Alle ‘ontmoetingen’ worden gespeeld door acteurs. Gehuld in originele kledij en tegen een zwarte achtergrond vervullen ze hun rollen zeer overtuigend.

Maar het is niet alleen maar bewegend (historisch) beeld dat het museum gebruikt om de verhalen van de oorlog te vertellen. Ook stomme voorwerpen blijken hartverscheurende persoonlijke verhalen te kunnen vertellen. Neem de foto die Charles Snelling van het Ierse Leinster Regiment bij zich droeg. Er is een hoek afgescheurd – door de kogel die hem op 1 februari 1917 dodelijk trof. Op de foto zelf staan zijn vrouw en twee kleine kinderen, gespannen afwachtend of hij levend zal terugkeren.

En dan is er ook nog een wakahuia, een houten, bewerkte doos waarin Maori’s hun kostbaarste bezittingen bewaren. De doos is een gift van de familie van Victor Spencer, half maori, half pakeha (blank). Hij deserteerde twee keer en werd op 24 februari 1918 bij Dikkebus geëxecuteerd. In 2000 verleende de Nieuw-Zeelandse regering hem postuum gratie. Zijn familie bracht vervolgens de wakahuia, met daarin onder andere het gratiebesluit, naar zijn graf.

In de buurt van de wakahuia staat ook een grote schijf van een 235 jaar oude eikenboom, die tot hij in 1994 vanwege ziekte gekapt moest worden in het naburige Elverdinge heeft gestaan. De zichtbare zwarte vlekken op de schijf zijn ‘littekens’ en via de jaarringen te herleiden tot de gevolgen van beschietingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.De schijf is symbolisch voor het vernieuwde museum. Nu de levende getuigen allemaal zijn overleden, blijven alleen de stille getuigen over. Een daarvan is het landschap in de omgeving. Het museum roept de bezoekers aan het einde op naar buiten te gaan en de plekken waarover het in de tentoonstelling heeft gehoord en gelezen met eigen ogen te bekijken. Ga bijvoorbeeld naar Vladslo, naar de Duitse militaire begraafplaats waar Peter Kollwitz ligt, de zoon van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. Haar beelden van een treurende vader en moeder brengen de oorlog terug tot miljoenen familiedrama’s.


Voor info: www.inflandersfields.be


Dit artikel is eerder verschenen in Museumtijdschrift nr 5 juli-aug 2013

 


Er zijn 0 reactie(s) | Plaats reactie
Plaats een reactie
Eerder geplaatste reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst
Contact
naam*
e-mail* telefoonnummer
uw vraag, verzoek, goede raad, tip en/of algemeen commentaar  
aanmelden jaarabonnement TET
voornaam* tussenvoegsel achternaam*
adres*
postcode* woonplaats*
 
e-mail*  
 
telefoonnummer  
Niet alle gegevens zijn juist ingevoerd
Gebruikersnaam
wachtwoord
Blijf ingelogd
Nog geen inlogcode? Neem dan een abonnement en krijg meteen
toegang tot alle artikelen.
geef hieronder uw e-mailadres op om een nieuw wachtwoord te ontvangen
e-mailadres
U heeft nog het automatisch gegenereerde wachtwoord. Pas hieronder uw wachtwoord aan
gewenste wachtwoord
bevestig gekozen wachtwoord