geschiedenis

Proloog van De eerstgevallenen


Ik ben opgegroeid met verhalen van mijn vader over zíjn Eerste Wereldoorlog. Die oorlog begon toen hij bijna drie jaar oud was en in het Belgische Bilzen woonde. Zijn Nederlandse vader en moeder, mijn bonpa en bonma, stonden op het punt de Belgische nationaliteit aan te vragen, toen het Duitse leger België binnenmarcheerde. Op het moment dat de Duitsers Bilzen naderden, had bonpa een Nederlandse vlag op het dak van het huis geplaatst om te laten zien dat zij neutraal waren. Bijna had dat een averechts effect gehad, want de soldaten die Bilzen innamen zagen de driekleur aan voor de Franse vlag en dus voor een provocatie. Het kostte de nodige overredingskracht om te voorkomen dat bonpa standrechtelijk werd geëxecuteerd. Ook heb ik meer dan eens mogen horen dat de Duitsers het ouderlijk huis hadden geconfisqueerd en dat een soldaat mijn toen driejarige vader op zijn schoot had genomen. Vijftig, zestig, zeventig, tachtig en zelfs negentig jaar later rook mijn vader nog altijd de muffe geur van zijn soldatenjas. Over de vlucht naar het ruim tien kilometer oostelijker gelegen Maastricht heeft hij ook verteld, maar daarvan kan ik me gek genoeg geen details meer herinneren. Wel weet ik nog dat later mijn grootmoeder met een kar naar het huis in Bilzen is teruggekeerd om een hoge wandkast op te halen die ze toch echt niet kon achterlaten. Intussen hoorde mijn vader in de klas van zijn tijdelijke kleuterschool in Spekholzerheide de kanonnen dreunen. En na hun intrek in een herenhuis bij het station van Maastricht zag hij dagelijks stromen vluchtelingen langstrekken.

Maasbrug

Toch werd de Eerste Wereldoorlog niet meteen ook mijn oorlog. Voor mij waren de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog belangrijker en interessanter. Dat waren de oorlogen die ik in mijn jeugd door de verhalen van mijn ouders, boeken, kranten en televisie zelf meemaakte; dat waren de oorlogen die voor mij, vol van recht en onrecht zoals een tien-, elfjarig kind kan zijn, een overzichtelijke strijd tussen goed en kwaad lieten zien, en dat waren stiekem ook spannende oorlogen. Fietsend over de Maasbrug in Rotterdam zag ik mezelf tussen de heroïsch vechtende mariniers die tussen 10 en 14 mei 1940 van geen opgeven wilden weten. De bosjes bij ‘de oliesloot’ waar ik met vriendjes soldaatje speelde, veranderden dankzij de dagelijkse journaalbeelden al snel in een Vietnamese jungle, waarin de vijand schuilging. Met de soldaatjes van het merk Airfix, keurig in de juiste uniformkleuren geverfd, vocht ik in mijn kamer regelmatig veldslagen uit, compleet met de geluiden van ontploffingen, rondvliegende kogels en kermende gewonden.

| Korporaal André PeugeotNog steeds houd ik van de geur van kruitdampen tijdens oud en nieuw, maar zonder een ijzervreter te zijn, want zoals onze trouwkaart vermeldde zijn Diana en ik mede uit ‘militair-tactische overwegingen’ getrouwd: als kostwinner kon ik de dienstplicht ontlopen.

Mijn interesse voor de Eerste Wereldoorlog ontlook pas zo’n vijftien jaar geleden; op aanraden van een vriend las ik de subtiele beschrijving van de waanzin van de oorlog in de Regeneration-trilogie van Pat Barker en de beklemmende ondergrondse scènes in Birdsongvan Sebastian Faulks; ik bezocht het In Flanders Fields Museum in Ieper en de omliggende oorlogsbegraafplaatsen, en kwam in contact met The Diggers, een groepje amateurarcheologen dat de slagvelden rond Ieper afstruinde om oude loopgraven in kaart te brengen en militaria op te graven. Maar het echte vuur ontbrandde tijdens een vakantie in Noord-Frankrijk. Het Historial de la Grande Guerre in Péronne bleek een onverwachte schatkamer vol schermen met bewegende beelden uit de Eerste Wereldoorlog te zijn. De meeste van de filmpjes toonden geen gevechten, maar de onverwachte achterkant van de oorlog, waar arbeiders van heinde en verre schepen en treinen laadden en losten, waar soldaten hun schaarse verloftijd achter de frontlijn vulden met brieven schrijven, waar gezongen en gefeest werd, waar de lokale bevolking een bonte parade van rassen, nationaliteiten en culturen langs zag trekken, en waar vrouwen in fabrieken de oorlogsindustrie draaiende hielden.

Vernietigingskracht

Iets zuidelijker, in het Musée de l’Armistice in Compiègne, waren het stereoscopische foto’s in rijen houten kastjes die met hun driedimensionale gruwelijkheden een sinistere aantrekkingskracht uitoefenden. Vooral één foto hechtte zich aan mijn netvlies: een half paard in een kale boom. Symbool voor de ongekende vernietigingskracht die in deze eerste industriële oorlog was gebruikt.

| Onderluitenant Albert MayerVrienden maakten me daarna blij met L’Album de la guerre uit 1926, dat ze op een brocante in Frankrijk hadden gevonden. In één klap was ik ruim dertienhonderd pagina’s met beelden en illustraties uit het weekblad L’Illustration rijker. Al bladerend viel mijn oog op een wazige foto met een boompje, een obeliskachtig monument en een huisje. Erboven stond een tweede, ronde foto van een jonge militair in uniform. De meeste aandacht trok de kop erboven: le premier français tué a l’ennemi, de eerste gevallen Fransman. Snel las ik het hele onderschrift: ‘Korporaal André Peugeot, van het 44e regiment infanterie, en het monument ter zijner nagedachtenis precies op de plek waar hij de dood vond, op enkele passen afstand van de boerderij Daucourt, langs de weg naar Delle, op het grondgebied van de gemeente Joncherey, op een twintigtal kilometers van Belfort.’ Daaronder stond een langer verhaal over hoe de Duitse ‘luitenant Mayer’ als aanvoerder van een groep cavaleristen uit het niets, zonder dat er al sprake was van een oorlogsverklaring, drie keer op korporaal Peugeot had geschoten. Slechts één kogel had Peugeot getroffen, maar wel dodelijk. Op zijn beurt had Peugeot nog op Mayer geschoten. Eveneens dodelijk getroffen was de Duitser van zijn paard gevallen. Peugeot, zo was voor de makers van L’Album zonneklaar, was het slachtoffer van de misdadigste schending van de Franse grens, een daad die op zichzelf voor Frankrijk legitieme reden genoeg zou zijn geweest om op die dag Duitsland de oorlog te verklaren.

Niet eerder had ik erbij stilgestaan, maar ook de Eerste Wereldoorlog, die ruim 8 miljoen gedode soldaten telde, heeft als elke andere oorlog zijn eerste dode gekend. In dit geval blijkbaar zelfs twee eerste gevallenen.

Johnny Cash

Op internet keek ik of er nog meer over deze gebeurtenis te vinden was. De oogst maakte een en ander niet overzichtelijker. Op de ene website was sprake van Albert Mayer uit Magdeburg die in het Franse Illfurth lag begraven. Op zijn graf een platte steen met het opschrift dat hier de eerste Duitse gevallene van de Eerste Wereldoorlog lag. Maar elders las ik weer dat de Franse president Sarkozy in 2008 tijdens een toespraak had gesproken over de geboren Elzasser Camille Mayer als de eerste Duitse dode. Ook vond ik allerlei versies over wat er bij Joncherey zou zijn gebeurd. Neem alleen al het subtiele verschil dat Peugeot in de ene weergave van de gebeurtenissen in de linker- en in de andere in de rechterschouder was getroffen. Over Peugeot werd wel overal in min of meer dezelfde termen gesproken: hij was een held, en daarmee uit. Uitgebreidere informatie over Mayer bleek schaars.

Na de eerste nieuwsgierigheid kwamen de vragen. Wie waren Mayer en Peugeot? Wat is er op 2 augustus 1914 bij Joncherey precies met hen gebeurd? Hoe is er tot vandaag met hun nagedachtenissen omgegaan? Wáren ze wel de eerste gevallenen? Wat betekent deze gebeurtenis nu nog voor Frankrijk, Duitsland, Magdeburg, Joncherey en eventuele nog levende verwanten? En wat levert het op om eerstgevallene te zijn, om officieel als de eerste dode van een oorlog te boek te staan? Maakt het verschil of iemand de eerste dode is of de tweede, de dertiende, de 571e, de 600.053e, de miljoenste of de laatste? Vragen waarmee ik rondrijd, terwijl ik deze ochtend de route volg die Albert Mayer op 1 en 2 augustus 1914 heeft afgelegd.

Elke dag voorspelt de Franse weervrouw met veel gevoel voor theater regen en onweer. Maar hier, op de grens van Elzas en Territoire de Belfort, is het zwaluwweer. Deze 2e augustus is net zo mooi begonnen als toen het Drama van Joncherey zich afspeelde. De motor van de negentien jaar oude Volvo 940 snort tevreden. Op de MP3-speler zet Johnny Cash in; kaal en krachtig zingt hij ‘One’ van U2. Tientallen keren eerder gehoord en nauwelijks aandacht aan de tekst besteed, maar nu is het alsof een galmende stem van boven klinkt: ‘Have you come to raise the dead? Have you come here to play Jesus and raise the lepers in your head?


Dit is de proloog van mijn boek De eerstgevallenen (De Bezige Bij, 2014), dat op 10 april is verschenen.


Terug naar de voorpagina


Er zijn 0 reactie(s) | Plaats reactie
Plaats een reactie
Eerder geplaatste reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst
Contact
naam*
e-mail* telefoonnummer
uw vraag, verzoek, goede raad, tip en/of algemeen commentaar  
aanmelden jaarabonnement TET
voornaam* tussenvoegsel achternaam*
adres*
postcode* woonplaats*
 
e-mail*  
 
telefoonnummer  
Niet alle gegevens zijn juist ingevoerd
Gebruikersnaam
wachtwoord
Blijf ingelogd
Nog geen inlogcode? Neem dan een abonnement en krijg meteen
toegang tot alle artikelen.
geef hieronder uw e-mailadres op om een nieuw wachtwoord te ontvangen
e-mailadres
U heeft nog het automatisch gegenereerde wachtwoord. Pas hieronder uw wachtwoord aan
gewenste wachtwoord
bevestig gekozen wachtwoord