oudheid

Boren in Romeinse paardenmest

RCE Midden projectie van Fort Fectio, rechts Fort Vechten van de Hollandse Waterlinie.
DIT ARTIKEL SMAAKT NAAR MEER EN NOG GEEN ABONNEE? VOOR 20 EURO PER JAAR KRIJGT U ZOVEEL ARTIKELEN DAT U ER EEN BOEK MEE KUNT VULLEN.
Raap.nl | Sfeerimpressie Fectio (Parklaan)

Fort Fectio

Fort Fectio is gebouwd in 4 of 5 na Christus. Op basis van ter plekke gevonden munten vermoedt men dat de latere keizer Tiberius bij de stichting betrokken is geweest. Het fort lag strategisch vlak bij de splitsing van de Rijn en de Vecht. Hierdoor stond het fort via twee waterwegen in verbinding met de Noordzee.

Samen met fort Flevum bij Velsen bood het in de eerste eeuw onderdak aan een scheepsvloot, die transporten op de rivieren moest beveiligen.

Vanaf het jaar 40 werd Fectio onderdeel van een fortenstelsel langs de Rijn, dat de noordelijke grens van het Romeinse rijk markeerde. Fectio bleef wel het grootste fort aan de Limes; terwijl de andere forten ongeveer 350 soldaten telden, was de bemanning van Fectio twee keer zo groot.

Tijdens de Bataafse Opstand in 69 werd het fort platgebrand. Na de herbouw werd in het fort cavalerie gelegerd. In de loop van de tweede eeuw, onder keizer Antoninus Pius (138-161), verdwenen veel houten gebouwen en werden de torens, porten en commandants- en officierswoningen in steen opgetrokken. Rond het begin van de derde eeuw droogde de rivierarm bij het fort op en was het fort niet langer over water bereikbaar. Eind derde eeuw werd het fort verlaten.


Het boormonster is zes meter lang en zit vol schimmelsporen, insectenresten, stuifmeel, zaden, fecaliën, graanresten en paardenhaar. Samen vertellen ze wat de invloed is geweest van de Romeinen op het landschap rond fort Fectio, vijf kilometer ten zuidoosten van Utrecht, zegt paleo-ecoloog Bas van Geel van de Universiteit van Amsterdam. Hij is de initiatiefnemer van het onderzoek waarvan het resultaat binnenkort verschijnt in Vegetation History and Archaeobotany. ‘Een goede masterstudente, Valerie van den Bos, is eerste auteur. Verder hebben verschillende specialisten meegewerkt, onder wie een archeobotanicus, een entomoloog, een biochemicus en een fysisch geografe. Een van onze conclusies is dat de Romeinen de omgeving volledig hebben ontbost.’

De boring is afkomstig uit de sedimenten van een opgevulde rivierarm vlak naast het fort. ‘Hier dumpten de bewoners van het fort en de vicus, een bij het fort horende burgernederzetting, hun afval.’ Van Geel had een paar jaar geleden al eens een boring gezien die van dezelfde plek afkomstig was. ‘Toen waren me lagen opgevallen waarvan niet meteen duidelijk waaruit ze bestonden. Door een chemische analyse is nu bekend dat het om een dikke laag mest van planteneters gaat. De resten van gekauwde granen en klaver, de aanwezigheid van bepaalde kevers en parasieteneitjes uit ingewanden bevestigden de analyse. Op grond van de paardenharen denken we dat het vooral om paardenfecaliën gaat.’

Aan de hand van C14-dateringen van zaden, en de datering van stukjes aardewerk en beschilderd pleisterwerk kon het onderzoeksteam vaststellen dat de sedimenten inderdaad uit de Romeinse tijd stammen. De onderste lagen dateren uit het begin van de jaartelling en de bovenste uit de derde eeuw na Christus. Dateringen die overeenstemmen met archeologisch onderzoek dat de afgelopen decennia met enige regelmaat op het terrein van het fort zelf werd uitgevoerd.

Fort Fectio hoort bij de eerste drie forten die de Romeinen rond het begin van de jaartelling aan de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk, langs de Rijn bouwden. De resten van het fort liggen tegenwoordig onder een appelgaard en Fort bij Vechten van de Hollandse Waterlinie. ‘In de onderste lagen van de boring troffen we nog veel boompollen aan, vooral van els, en verder stuifmeel van planten uit graslanden zoals smalle weegbree. Daaruit blijkt dat de Romeinen toen ze zich hier vestigden een parklandschap aantroffen. De lokale bevolking verbouwde hier ook al gewassen.’ In latere lagen nemen de boompollen snel in aantal af en groeit de hoeveelheid pollen van grassen sterk. ‘Het aantal boompollen is zo laag dat de enige verklaring is dat vrijwel al het bos in de omgeving van het fort werd gekapt. Het hout zal vooral zijn gebruikt voor de bouw van het fort en de huizen van de vicus. Verder was er hout nodig als brandstof en voor de aanleg van een weg langs de forten.’ De gebouwen zijn lang meegegaan, want in de bovenste, latere lagen van de boring troffen de onderzoekers houtworm aan, en die komt alleen voor in droog oud hout.

Cavalerieregiment

De resultaten van het onderzoek van het team zijn nuttig voor onderzoekers die zich met de hele Limes bezighouden. Archeoloog Rien Polak van de Radboud Universiteit in Nijmegen is betrokken bij een groot NWO-onderzoeksproject rond de Limes (‘A sustainable frontier? The establishment of the Roman frontier in the Rhine delta’). ‘Twee opgegraven inscripties geven aanleiding te denken dat in Fectio een ala, een cavalerieregiment van vijfhonderd ruiters, was gevestigd. De dikke laag paardenmest in de boring bevestigt dit.’ De grootschalige houtkap heeft volgens Polak voor een deel ook met de aanwezigheid van de ala te maken. ‘Dan moet je denken aan ruimte en weiden maken voor vijfhonderd tot duizend paarden.’

Raap.nl | Impressie van ontwerp parklandschap bij Fectio De boring zegt mogelijk ook iets over de reikwijdte van het regiment. De monsters bevatten namelijk zaden van zouttolerante planten als zilte rus en schorrenzoutgras; dergelijke planten komen voor in een mariene omgeving. De zouttolerante planten zijn door paarden in het minstens 50 kilometer verder kustgebied gegeten en vervolgens zijn de zaden bij Fectio uitgepoept. Polak: ‘Dat geeft een aanwijzing voor de afstanden die de cavalerie uit Fectio tijdens patrouilles aflegde.’

De ontbossing van het gebied rond Fectio betekent niet dat er op den duur een tekort aan hout was, zegt archeobotanica Laura Kooistra, ook betrokken bij het Limes-onderzoeksproject. Onlangs heeft ze met vier andere onderzoekers in het open access-tijdschrift Journal of Archaeology in the Low Countries het laatste van twee artikelen gepubliceerd over de vraag of de lokale bevolking het Romeinse leger in de Rijndelta in de meeste behoeften kon voorzien. ‘Uit onze modellen blijkt dat dit kon. Hout kon bijvoorbeeld aan de andere kant van de Rijn worden gehaald en verder hebben we aanwijzingen dat er aan bosbouw is gedaan.’

Sommige zaken werden niet lokaal geproduceerd, zoals spelt, zegt Kooistra. ‘De spelt in Fectio werd geïmporteerd uit het Duitse Rijnland.’

Het geïmporteerde graan werd in het fort opgeslagen. Soms te lang getuige de aanwezigheid in de boring van fijngemalen kevers, met name graanklanders.


Dit artikel is eerder in andere vorm verschenen in NRC Handelsblad van zaterdag 15 maart 2014. Zie ook het eerder in TET verschenen artikel Op zoek naar de voedselcapaciteit bij de LImes.


Er zijn 0 reactie(s) | Plaats reactie
Plaats een reactie
Eerder geplaatste reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst
Contact
naam*
e-mail* telefoonnummer
uw vraag, verzoek, goede raad, tip en/of algemeen commentaar  
aanmelden jaarabonnement TET
voornaam* tussenvoegsel achternaam*
adres*
postcode* woonplaats*
 
e-mail*  
 
telefoonnummer  
Niet alle gegevens zijn juist ingevoerd
Gebruikersnaam
wachtwoord
Blijf ingelogd
Nog geen inlogcode? Neem dan een abonnement en krijg meteen
toegang tot alle artikelen.
geef hieronder uw e-mailadres op om een nieuw wachtwoord te ontvangen
e-mailadres
U heeft nog het automatisch gegenereerde wachtwoord. Pas hieronder uw wachtwoord aan
gewenste wachtwoord
bevestig gekozen wachtwoord