oudheid

Een Spaanse Zaak Vermaning

 
wikipedia | De vindplaats Veleia in 2017

Nederland had ooit de Zaak Vermaning. Spanje heeft sinds enige jaren de Zaak Iruña-Veleia. Zijn de honderden inscripties en tekeningen op botten en scherven die bij een opgraving van een Romeinse vindplaats zijn gevonden echt of vals? En dan is er ook nog een Nederlands-Baskisch kunstenaarsduo met een eigen kijk op de zaak.

Iruña, vijftig kilometer ten zuidoosten van Bilbao, was al bewoond vanaf de achtste eeuw voor Christus. In de eerste eeuw, in de Romeinse tijd, groeide de plek uit tot de stad Veleia met naar schatting vijfduizend inwoners. De stad lag aan de Romeinse weg van Astorga naar Bordeaux en kende zijn bloeiperiode in de derde en vierde eeuw. In de vijfde eeuw trad het verval in.

In de negentiende eeuw vonden de eerste opgravingen van het Romeinse verleden plaats. Priester Jaime de Verastegui legde in 1900 een bouwwerk bloot dat hij in verband bracht met de watervoorziening voor de stad, maar dat later gewoon een gebouw uit de keizertijd bleek te zijn. In de jaren vijftig en zeventig van de vorige eeuw werden meer delen van de Romeinse stad opgegraven en in 1994 begon Eliseo Gil Zubillaga met zijn onderzoek.

Lastig onderwerp

Gil is in 1961 vlakbij, in Vitoria, geboren. Toen hij in Iruna begon te graven, had hij al meerdere andere Romeinse vindplaatsen opgegraven en vele publicaties op zijn naam. In een interview in El País uit 1998 vertelde hij dat romanisering in Baskenland lange tijd een lastig onderwerp was geweest. Veel Basken wilden volgens hem niet weten dat de lokale bevolking zich tweeduizend jaar eerder weinig verzet had tegen de inlijving in het Romeinse rijk.

ikerjimenez.com | Christus aan het kruis, met tekst RIPZeven jaar later toonde hij zich in een ander interview tevreden over de resultaten van de opgravingen in Veleia, waar hij toen onder meer menselijke resten uit de vijfde eeuw had gevonden. Dergelijke resultaten waren volgens hem geen verrassing: ‘Opgraven in Veleia is als wedden op een winnend paard.’ Tegelijkertijd temperde hij de verwachtingen van de journalist die op de vondst van een Romeins circus hoopte. ‘Dit is geen Pompeii.’ Maar een theater achtte hij wel mogelijk; Veleia bood dus genoeg om de vindplaats toeristisch te ontwikkelen. Voor de journalist reden om te vragen of er onder archeologen rivaliteit bestond. Nou, antwoordde Gil, die zou er niet moeten zijn, omdat er maar heel weinig vierkante kilometers waren die historisch zo interessant waren dat ze het predicaat museum verdienden.

De archeologen waren misschien wel jaloers op het feit dat Gil, die samen met zijn vrouw Idoia Filloy het opgravinsgbedrijf Lurmen bestierde, tien jaar op de plek mocht opgraven en daar 3,7 miljoen euro voor had gekregen.

Een jaar later trad Gil naar buiten met spectaculair nieuws: ze hadden in twee Romeinse huizen honderden scherven en botresten met graffiti gevonden. Op sommige stonden alleen symbolen, op andere tekeningen, en op weer andere teksten. Die teksten waren niet alleen in het Latijn, maar ook in het oudst bekende Baskisch, drie-, vierhonderd jaar ouder dan de tot dan toe oudst bekende teksten. Ook waren er teksten met Egyptische hiërogliefen. En een van de tekeningen had als onderwerp Christus aan het kruis op de Calvarieberg; ook dit was een van de oudste in zijn soort.

TT | Inscriptie met naam Nefertite, tekening Van Gorkum en JaioGil en Idoia Filloy achtten het waarschijnlijk dat in een van de huizen een soort school gevestigd was geweest en dat een Romeinse soldaat een leraar uit het Oost-Mediterrane gebied had meegenomen. De scherven waren door diens studenten als schriftmateriaal gebruikt. Een oudhistoricus en een Baskisch linguïst steunden deze bevindingen. Ook schermde Gil met laboratoriumtesten die hadden aangetoond dat er oud patina in de inscripties zat.

Maar Joaquin Gorrochategui, hoogleraar Indo_Europese linguïstiek aan de Universidad del País Vasco (Universiteit van Baskenland), had zijn twijfels. Helemaal toen hij een scherf onder ogen kreeg met de inscriptie ENIIAS, ANQVISIIS ET VENUS FILI (Aeneas, de zoon van Anchises en Venus). Het kon gebeuren dat een leerling die iets moest schrijven over de Aeneas van Vergilius fouten in de taal maakte (de naam van Aeneas verkeerd geschreven, de nominativus VENUS in plaats van de genitivus VENERIS), maar wat niet kon was de komma: Romeinen gebruikten die niet.

Eindoordeel

De provincie Alava, waarin Iruña ligt, besloot een commissie van deskundigen samen te stellen. In 2008 luidde het eindoordeel dat de inscripties vals waren. Zo dook in een rijtje namen van klassieke filosofen ook de gedeeltelijke naam IISCAR op, en dat wees verdacht veel op Descartes en dus een anachronisme.

TT | Vrouw en gebouw, tekening Van Gorkum en JaioDe provincie trok vervolgens de opgravingsvergunning van het bedrijf van Gil en Filloy in, en spande ook een rechtszaak wegens bedrog aan tegen het tweetal.

Een paar jaar geleden waren kunstenaars Klaas van Gorkum en Iratxe Jaio toevallig aanwezig op de vindplaats, toen daar een rondleiding aan de gang was met verschillende experts. Ter plekke ontstond een hevige discussie, die door Van Gorkum en Jaio op video werd vastgelegd. Niet iedere geleerde bleek overtuigd van de valsheid van de inscripties en tekeningen. Voor de advocaat van Gil en Filloy reden om te vragen of hij hun beelden als bewijsmateriaal mocht gebruiken. Daarmee stemden ze in, op voorwaarden dat ze een video mochten maken met voor- en tegenstanders, als onderdeel van een kunstwerk over de zaak.

Op de tentoonstelling The Materiality of the Invisible is in de Jan van Eyck Academie in Maastricht het resultaat te zien. Het kunstwerk draagt als titel een van de Baskische teksten: Nire ama Roman hil da (Mijn moeder stierf in Rome). Op enkele wanden hangen honderden tekeningen die Van Gorkum en Jaio naar foto’s van de inscripties hebben gemaakt. De wanden vormen een klein labyrint en voeren de bezoeker naar een video waarin een kort verslag wordt getoond van de discussie op de vindplaats. Verder komt een aantal geleerden aan het woord: een Baskische linguïst twijfelt er bijvoorbeeld niet aan dat de teksten echt zijn, terwijl een archeoloog op allerlei iconografische en chronologische onmogelijkheden in een tekening wijst.

Van Gorkum en Jaio hebben ook een publicatie verzorgd, gedrukt met een speciale stencilmachine op de Jan van Eyck Academie. In de publicatie zijn enkele inscripties afgedrukt. TT | Detail kunstwerk Nil etc. Van Gorkum en Jaio in Jan van EyckDe titel 400m verwijst naar de afstand tussen Bibat, het archeologisch museum van de provincie Alava in Vitoria waar de ostraca liggen opgeslagen, en Artium, het museum voor moderne kunst in Vitoria. Vorig jaar hebben Van Gorkum en Jaio een officieel verzoek tot bruikleen ingediend: ze wilden de scherven tentoonstellen in het museum voor moderne kunst om ruimte te geven aan interpretaties die verder gingen dan ‘vals’ of ‘echt’. De provincie wees het verzoek af, met als argument dat de scherven onderdeel zijn van een rechtszaak die nog niet is afgelopen. Van Gorkum en Jaio hebben toen in Artium een symposium georganiseerd waarbij deelnemers werd gevraagd te reflecteren op de afwezigheid van de scherven. Verder werd het publiek opgeroepen te discussiëren over de vraag hoe zij betrokken kan raken bij het institutionele proces dat beslist over het lot van hun eigen materiële cultuur.

Nefertiti

Hoe denk ik er zelf over? Over een aantal tekeningen en inscripties hoef ik bij wijze van spreken niet eens een seconde na te denken om te zeggen dat ze vals zijn. Nefertiti wordt bijvoorbeeld ergens genoemd: zij was toen al lang niet meer bekend. En een artikel uit 2009 van Mike Elkin voor Archaeology doet me niet van mening veranderen: Gil zegt dat ze geen opgravingsdagboeken bijhielden, twee voormalige werknemers van hem zeggen dat ze dat wel deden en dat er in die dagboeken geen enkele scherf met een bijzondere inscriptie voorkomt. De provincie zegt verder ondanks herhaalde verzoeken nog steeds te wachten op de opgravingsverslagen en bijbehorende foto’s. Het Franse CNRS, dat onderzoek naar het patina zou hebben gedaan, zegt zelfs nooit een verzoek gekregen te hebben.

Aan de andere kant: als ik Gil en Filloy op de video van Van Gorkum en Jaio zie kan ik me moeilijk voorstellen dat ze bewust de zaak hebben bedonderd. Filloy sprak zich in 2016 voor het eerst in het openbaar uit en zij bleef erbij dat alle scherven in situ, in stratigrafische lagen, waren gevonden en dat alle inscripties echt zijn. Volgens haar spelen allerlei politieke belangen een rol. Gil en zij hadden voorgesteld dat de commissie die de scherven moest onderzoeken internationaal zou zijn, maar uiteindelijk zaten er alleen wetenschappers van de Baskische universiteit in. Een van hen is nu directeur van de vindplaats. Verder was de commissie, anders dan de provincie vertelde, niet unaniem in zijn oordeel.

Net als bij de Zaak Vermaning is de kwestie geëscaleerd, omdat de provincie er een rechtszaak van heeft gemaakt. Het is daarom mooi dat Van Gorkum en Jaio een alternatief hebben geboden, een pad dat van archeologie leidt naar hedendaagse conceptuele kunst. Maar zal het ook gevolgd worden? Het kan nog altijd.

 

Terug naar de voorpagina

 

 


Er zijn 0 reactie(s) | Plaats reactie
Plaats een reactie
Eerder geplaatste reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst
Contact
naam*
e-mail* telefoonnummer
uw vraag, verzoek, goede raad, tip en/of algemeen commentaar  
aanmelden jaarabonnement TET
voornaam* tussenvoegsel achternaam*
adres*
postcode* woonplaats*
 
e-mail*  
 
telefoonnummer  
Niet alle gegevens zijn juist ingevoerd
Gebruikersnaam
wachtwoord
Blijf ingelogd
Nog geen inlogcode? Neem dan een abonnement en krijg meteen
toegang tot alle artikelen.
geef hieronder uw e-mailadres op om een nieuw wachtwoord te ontvangen
e-mailadres
U heeft nog het automatisch gegenereerde wachtwoord. Pas hieronder uw wachtwoord aan
gewenste wachtwoord
bevestig gekozen wachtwoord